Welke verschillende normen zijn er t.a.v. de warmte-afgifte van radiatoren?
In het verleden had ieder land haar eigen, nationale, norm (DIN, BS, NEN, NBN, SF) ten aanzien
van de warmteafgiftes van radiatoren. Dit betekende de betreffende landen
haar eigen specifieke eisen hadden betreffende de meetopstelling en het
temperatuurregime, hierdoor waren de meetresultaten niet onderling vergelijkbaar.
Om dit probleem te verhelpen is de EN-442 in het leven geroepen. Dit is
een Europees opgestelde norm die voor alle landen gelijk is. Een EN-442
gemeten radiator in Italië is gelijk aan een EN-442 gemeten radiator in
Duitsland. In de toekomst zal deze Europese norm meer en meer gestandaardiseerd
worden.
Welke correctiefactoren moeten worden toegepast bij veel voorkomende normafwijkende
situaties?
Afhankelijk van de norm wordt de warmteafgifte van een radiator volgens een specifieke
opstelling gemeten. Indien in de radiator in de praktijk op een normafwijkende
manier wordt geïnstalleerd moet het genormeerde vermogen gecorrigeerd worden.
Een normafwijkende situatie ontstaat bijvoorbeeld wanneer de radiator hoger
of lager wordt opgehangen als in de norm wordt voorgeschreven, ook ontstaat
er een normafwijkende situatie indien er een vensterbank boven of een frontplaat
voor de radiator wordt geplaatst. In welke mate dit vermogen gecorrigeerd
moet worden is norm- en situatieafhankelijk. Informatie over deze correcties
zijn bij diverse brancheorganisaties op te vragen.
Wat houdt LTS, MTS en HTS precies in?
LTS staat voor laag temperatuursysteem, MTS staat voor medium temperatuursysteem en
HTS staat voor hoog temperatuursysteem. Het verschil tussen de drie wordt
bepaald door de te voeren aanvoertemperaturen van de verschillende CV-systemen.
We praten over HTS bij aanvoertemperaturen van 70° C of hoger, we praten
over MTS bij aanvoertemperaturen die liggen tussen de 69° en 55° C. LTS
omvat aanvoertemperaturen van 54° C of lager.
Wat is het verschil tussen convectie en straling?
Convectiewarmte wordt direct door een verwarmingselement aan de omgevingslucht afgegeven. Door
het verwarmingselelement (bijvoorbeeld tussen de convectorplaten van de
radiator) wordt lucht opgewarmd waardoor deze lucht gaat bewegen. Op deze
manier wordt de ruimte verwarmd. Bij stralingsverwarming vindt de verwarming
van lucht op indirecte wijze plaats. Door warmtestraling (bijvoorbeeld van
de voorplaat van een radiator) krijgen de vloer en de wanden een hogere
temperatuur dan die van de lucht in de ruimte. Door het (kleine) temperatuurverschil
ontstaat indirect warmte-afgifte door convectie aan de lucht. In sommige
situaties wordt een hoge stralingsintensiteit als aangenaam ervaren (een
voorbeeld hiervan is het zonnen tijdens de wintersport waaruit blijkt dat
wanneer een hoge stralingsintensiteit wordt ervaren, de luchttemperatuur
aanzienlijk lager kan zijn). In de normale werk- en leefomgeving verdient
het aanbeveling het verschil tussen stralings- en luchttemperatuur niet
te hoog te laten zijn. Een hoge stralingsintensiteit kan bij langdurige
blootstelling problemen geven.